|
|
Ondernemersschool: opleiding Bedrijfsbeheer
Erkend opleidingsverstrekker van het Vlaamse Gewest
Examencommissie
Hij of zij die zich in de Kruispuntbank van Ondernemingen wil
laten inschrijven als handelaar, moet eerst bij een erkend ondernemingsloket de basiskennis van het bedrijfsbeheer bewijzen.
Elke KMO die een activiteit wil oefenen als handelsonderneming waarvoor een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (de opvolger van de handels- en ambachtsregisters) nodig
is, moet eerst haar basiskennis van het bedrijfsbeheer bewijzen bij het ondernemingsloket van haar keuze. Het is van geen belang of de activiteit uitgeoefend wordt als hoofdberoep of
als bijberoep.Daarnaast moeten de KMO die een van de 42 gereglementeerde beroepen willen uitoefenen, het bewijs leveren van hen specifieke beroepsbekwaamheid
Deze voorwaarden gelden dus niet voor grote ondernemingen. Zodra één van de volgende drie voorwaarden is vervuld, is het bedrijf geen KMO :gemiddeld meer dan 50 werknemers op jaarbasis;
25% of meer van de aandelen of deelbewijzen is in handen van één of meerdere ondernemingen die zelf geen KMO zijn; de jaarlijks omzet is 7 miljoen euro of meer, of het jaarlijks
balanstotaal is 5 miljoen euro of meer.Wanneer de persoon die de basiskennis van het bedrijfsbeheer en/of de beroepsbekwaamheid bewijst, de onderneming verlaat, heeft de onderneming zes
maanden de tijd om de toestand regulariseren.Uitzonderingen en onverenigbaarheden: Geen bewijs nodig van de basiskennis van het bedrijfsbeheer:de KMO die op 1 januari 1999 al
ingeschreven was in het handelsregister
de titularis van een dienstverlenend intellectueel beroep gereglementeerd krachtens de kaderwet van 1 maart 1976
beroepen die krachtens een andere wet gereglementeerd zijn(bedrijfsrevisoren, boekhouders, verzekeringsmakelaars,...)Geen bewijs nodig van de basiskennis van het bedrijfsbeheer en
beroepsbekwaamheid, onder bepaalde voorwaaren: de overlevende echtgenoot de overlevende en minstens 6 maanden samenwonende partner de overlevende wettelijke samenwonende de vennootschap
die via haar zaakvoerder of orgaan zelf voldeed en wanneer diens overlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende, of overlevende partner die sinds minstens zes maanden samenwoont, zelf
zaakvoerder of orgaan is de kinderen van het in orde zijnde ondernemingshoofd gedurende 3 jaar volgend op het overlijden (of indien ze minderjarig zijn vanaf hun 18de verjaardag) de
overnemer van een zaak gedurende een periode van één jaar. Sancties en rechtsmiddelen:
De onderneming die in de Kruispuntbank van Ondernemingen als handelsonderneming is ingeschreven en niet meer over de basiskennis van het bedrijfsbeheer beschikt, kan worden veroordeeld
tot een geldboete, zelfs tot sluiting. Indien een overtreding wordt vastgesteld kan de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie een proces-verbaal doorsturen naar
het Parket, maar de FOD kan in de plaats daarvan de overtreder een financiële schikking voorstellen. Bij betaling van het voorgestelde bedrag, wordt het dossier niet doorgestuurd naar
het Parket. Voorwaarden: De basiskennis van het bedrijfsbeheer kan worden bewezen met bepaalde diploma's of met een praktijkervaring. In een vennootschap moet de natuurlijke persoon die
het dagelijks bestuur daadwerkelijk uitoefent, het bewijs leveren. Hiermee wordt in principe de zaakvoerder of de afgevaardigde-bestuurder bedoeld.
In de andere gevallen bewijst de zelfstandige zelf de vereiste basiskennis van het bedrijfsbeheer, of zijn echtgenoot, of wettelijk samenwonende, of partner met wie hij al minstens zes
maanden samenwoont, of de zelfstandige helper, of een werknemer met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.Geldigheidsduur: De geldigheidsduur van de inschrijving is onbepaald.
Maar indien de natuurlijke persoon die in de plaats van het zelfstandig ondernemingshoofd of als dagelijks bestuurder van de vennootschap, het dagelijks bestuur niet meer daadwerkelijk
uitoefent, is de inschrijving nog maar zes maanden geldig en moet de houder van de inschrijving opnieuw de basiskennis van het bedrijfsbeheer bewijzen.Hoe ? Voor het bewijs van de
basiskennis van het bedrijfsbeheer en de beroepsbekwaamheid bestaan volgende mogelijkheden: een daarvoor aanvaardbaar diploma voorleggen Als u bijvoorbeeld in het secundair onderwijs
een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer hebt behaald, of als u een diploma van het hoger onderwijs bezit, bewijst u de basiskennis van het bedrijfsbeheer.
Beroepsbekwaamheid wordt meestal bewezen met een opleiding in het technisch of beroepssecundair onderwijs of het middenstandsonderwijs. of de juiste praktijkervaring hebben U bezit geen
diploma maar u heeft gewerkt gedurende een aantal jaren. Als u dat kunt aantonen, bewijst u de vereiste kennis.
of een examen afleggen bij de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie (Inschrijvingsformulier basiskennis van bedrijfsbeheer met toelichting). Als u niet
(helemaal) voldoet aan a. of b. kunt u een examen afleggen. Als u slaagt, krijgt u een getuigschrift. een derde persoon bewijst de ondernemersvaardigheden. Onder bepaalde voorwaarden
kunt u een beroep doen op een derde persoon, die daadwerkelijk zal instaan voor het dagelijks bestuur (basiskennis van het bedrijfsbeheer) en/of de dagelijks technische leiding
(beroepsbekwaamheid). Die derde persoon kan uw echtgenoot, partner, zelfstandige helper of arbeider of bediende zijn. Een vennootschap hangt trouwens altijd af van een derde,
natuurlijke, persoon om te voldoen aan de ondernemersvaardigheden. In de meeste gevallen is dat de zaakvoerder (bvba) of de afgevaardigde bestuurder (nv). Onderdanen van een lidstaat
van de Europese Economische Ruimte (Europese Unie + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) of Zwitserland, kunnen de ondernemersvaardigheden ook bewijzen met een EG-verklaring. Dit is een
verklaring uit het land van herkomst over de praktijkervaring en eventueel de schoolse opleiding van de betrokkene. Wanneer de persoon die de basiskennis van het bedrijfsbeheer en/of de
beroepsbekwaamheid bewijst, de onderneming verlaat, heeft de onderneming zes maanden de tijd om de toestand regulariseren.
(Bron FOD economie en Middenstand)
|
|
|
|
|